- Het spel wordt gespeeld met twee teams
- Elk team heeft een vortex en een hoepel
- Eén speler heeft de hoepel vast en de andere leerling de vortex
- Beide spelers starten bij de start
- Op teken van de scheidsrechter rent de speler naar één van de 4 vakken
- De speler met de vortex gooit de vortex richting de speler. Als de speler de vortex vangt, is dit een score
- De speler die de vortex heeft gegooid rent nu naar een vak. De vortex wordt meegenomen en gewisseld langs het paaltje, de volgende speler staat hier klaar en gooit de vortex.
- Er zijn 4 vakken, elke vak staat voor een vast aantal punten
- Het team dat het eerst precies (dus niet meer) 11 punten heeft, heeft gewonnen. Het is nu 1 – 0 Daarna begin je weer opnieuw